logo
Stichting PassieVoorPasen • • Merwedeplantsoen 73 • • 3522 JZ Utrecht mailto

Eerdere projecten van PassieVoorPasen

Lijdenstijd 2011: Matthäus Passion van Johann Valentin Meder

PassieVoorPasen zingt MederDenkend aan de monumentale Passionen van J.S. Bach zou je gemakkelijk vergeten dat deze meesterwerken in een eeuwen­lange traditie staan. Veel componisten gingen hem voor, vanaf de anonieme middeleeuwse monniken die de tekst eenstemmig toonzetten via bekende en minder bekende voorgangers. Eén van die laatsten is de Duitse componist Johann Valentin Meder (1649 – 1719). Toen Bach 16 was componeerde Meder zijn Matthäus Passion, een verrassend “jong” werk voor moderne oren. Dat geldt zeker voor die luisteraars die nog zijn opgegroeid met de laat-romantische uitvoeringspraktijk die Bach moest verduren tot ver in de twintigste eeuw. De spreekwoordelijke lange zit op harde stoelen was bij Meder nauwelijks van invloed: het werk nam ongeveer 75 minuten in beslag en vertelde het verhaal op een zeer verstaanbare manier vanwege zijn aansprekende retoriek en kleine bezetting (ongeveer 25 personen).
Johann Valentin Meder is tegenwoordig een bijna volledig vergeten componist. Tijdens zijn leven en vele jaren na zijn dood stond hij echter in hoog aanzien. Zijn zoon Erhard Nikolaus publiceerde na zijn vaders dood een catalogus met niet minder dan 129 composities op geestelijke tekst. Andere bronnen maken melding van een aantal wereldlijke werken, waaronder enkele opera’s.
Dit deel van Meders oeuvre is veel minder omvangrijk dan zijn religieuze werk. Helaas is weinig van deze rijke verzameling aan ons overgeleverd. Eén van de grotere werken van Meder die bewaard gebleven zijn, is de Matthäus Passion. Aangezien de titelpagina van het werk niet meer aanwezig is, kan over de datering van het werk weinig met zekerheid gezegd worden. Uit de ordening in de catalogus van Meders zoon kunnen we afleiden dat de passie rond 1700 gecomponeerd is.

Tekstoverdracht

In de Matthäus Passion van Meder worden de vertellende tenor en ook de kleine solo-partijen door een basso continuo begeleid. Hoe kort die partijen soms ook zijn, steeds wordt gestreefd naar een indringende tekstoverdracht: hét nieuwe kenmerk van muziek uit die tijd.
Meder schrijft vier verschillende solostemmen voor, verdeeld over elf rollen. De beide dienstmaagden en Pilatus’ vrouw worden door sopranen gezongen, Judas en een van de valse getuigen zijn voor alt, de evangelist wordt gezongen door een tenor, evenals Petrus en de tweede valse getuige. Behalve Christus moeten ook Kajafas en Pilatus door een bas gezongen worden. Er zijn aria’s voor sopraan en voor tenor.
Het vijfstemmig koor heeft een dubbelrol: vanzelfsprekend verwoordt het de teksten van de leerlingen en het volk in het verhaal zelf. Daarnaast verklankt het de gevoelens van de luisterende gelovige, die gegrepen wordt door het lijden van Christus. Het instrumentaal ensemble bestont uit twee violen, twee hobo’s (in een aantal delen blokfluiten) en een continuogroep, bestaande uit cello en orgel.

Het ensemble

Het koor van Passie voor Pasen is een projectkoor: voor iedere project wordt het opnieuw gevormd uit een selectie van de beste zangers uit bestaande koren in en rond Utrecht: gespecialiseerde amateur koorzangers, waaruit ook veel van de solisten gerekruteerd zullen worden. Daarnaast zijn beroepsmusici aangezocht: twee zangers en een aantal instrumentalisten. Deze formule heeft in voorgaande jaren en vooral in het afgelopen seizoen 2010 (Johann Theile’s Matthaeus Passion, ontvangen met grote publieke bijval) zijn bijzondere kracht bewezen. Een zeer intensieve, relatief korte repetitieperiode met deelnemers die elkaar vaak voor het eerst ontmoeten blijkt een extra impuls voor kwaliteit te geven. Zowel voor de medewerkende professionele musici en solisten als voor het publiek wordt de concentratie en diepe betrokkenheid van het koor voelbaar en hoorbaar. In zekere zin, hoewel op andere schaal, is deze methode van werken vergelijkbaar met die van het Orkest van de Achttiende Eeuw, dat immers ook zijn spelers uit verschillende ensembles rekruteert en jaarlijks voor één of meerdere projecten bij elkaar komt.
Nieuw en bijzonder is dat gedurende de intensieve repetitieperiode uitgebreid aandacht besteed zal worden aan de Nederlandse Passietraditie. We zijn zeer gelukkig dat dominee/ cultuurfilosoof Rieks Hoogenkamp zijn medewerking heeft toegezegd, en gezien diens baanbrekend werk bij Stichting Areopagus (Monnikendam) verwachten we niet alleen de direct actieve participanten, maar ook andere toehoorders te winnen voor een frisse en onorthodoxe kijk op een oude traditie.

Op locatie

Het belang van de locaties is niet te onderschatten: historische monumenten met een zeer geschikte akoestiek en atmosfeer die als zodanig een wezenlijke bijdrage leveren aan het effect van de uitvoering. De concerten vonden plaats in begin april 2011, net op tijd om niet kopje-onder te gaan in de Bachpassie-tsunami die zoals bekend ieder jaar in de laatste twee weken voor Pasen het land overspoelt.
Dirigent Dirkjan Horringa heeft jarenlange ervaring met het ‘opgraven’  en weer beschikbaar maken van niet meer courante muziek. Zijn specialisme is de Duitse en Boheemse muziek van de 17e en 18e eeuw. Geboren verteller Jos van der Velde (tenor) vertolkte de Evangelist; de majestueuze bas John Woudt zong Christus. Marco Vitale, de zeer succesvolle organist/continuospeler, voerde het instrumentale ensemble aan.

Concerten

De concerten vonden plaats in het weekeinde van 8 april 2011:

  • vrijdagavond 8 april in Den Haag (Oud-Katholieke Kerk)
  • zaterdagavond 9 april in Amsterdam (Engelse Kerk Begijnhof)
  • zondagmiddag 10 april in Utrecht (Pieterskerk)

Lijdenstijd 2010: Matthäus Passion van Johann TheilePassieVoorPasen zingt Theile

In maart 2010 voerde PassieVoorPasen de Matthäus Passion van Johann Theile (1646-1724) uit: drie concerten, fantastische solisten, 15 ervaren barokzangers in het koor en een zevenkoppig instrumentaal ensemble.

De passies van Bach zijn niet uit de lucht komen vallen, maar staan in een traditie van het reciteren van het verhaal van het lijden van Christus, een essentieel onderdeel van de liturgie van de Goede Week. In de 17e eeuw schreef Heinrich Schütz (1585-1672) als grijsaard zijn passies in een stijl die toen al antiek was: de evangelist reciterend op één toon met hier en daar een figuurtje of een cadensje om een afsluiting te accentueren. 

Johann Theile was leerling van Schütz, maar in zijn enig bewaard gebleven passie, de Passio Domini Nostri Jesu Christi secundum Evangelium Matthaeum uit 1673, spreekt een heel andere geest. Hij zette modernere middelen in: begeleiding door basso continuo en commentaar op het Evangelie in de vorm van vier aria's. De evangelist wordt, net als in Bachs circa 50 jaar latere passies, gezongen door een tenor, maar hij zingt geen recitatieven in Italiaanse operastijl zoals bij Bach. De gezongen woorden van het Evangelie worden omspeeld door twee viola da gamba's, die gebroken akkoorden in achtstenbeweging spelen en hier en daar met een tussenspel de geledingen van de tekst markeren. Jezus wordt eveneens zoals bij Bach door een bas gezongen en wat gedragener door de klanken van twee violen begeleid. De andere rollen, zoals Pilatus, Petrus, Caiphas etc. moeten het doen met alleen basso continuo. Opvallend is dat Judas gezongen wordt door een altstem. In Theiles tijd was dat automatisch een mannelijke alt, een falsettist, de meest geschikte stem om een 'vals' karakter mee uit te beelden. 

De aria's zijn misschien wel de grootste vernieuwingen van Theile. Het zijn geen grootscheepse aria's zoals in de opera, maar eerder liedjes in de stijl van het Lutherse kerklied uit die tijd, steeds geëchood door een instrumentaal ritornel. Ze doen denken aan de melodieën van Bachkoralen. Het koor is steeds vijfstemmig met een dubbele sopraanstem. Het zingt precies dezelfde teksten als in Bach's Matthäus Passion, maar dan heel eenvoudig en beknopt gezet: zelden zijn de koren langer dan een maat of tien. Een uitzondering vormt het slotkoor, een strofisch lied dat ook aria wordt genoemd in de partituur. Daar worden nog eenmaal alle stemmen en instrumenten verzameld voor een waardig slot.

Ook in het programma: Es ist nun nichts verdammliches

Behalve de passie klonk ook het motet Es ist nun nichts verdammliches van Theile in dit programma. Het is een motet voor solisten koor en ensemble rond een tekst die bekend zal voorkomen: in Bachs motet Jesu meine Freude is het de tekst van de beroemde centrale fuga.

Het ensemble

Het koor bestond uit zangstudenten en  ervaren amateur koorzangers. Hieruit werden ook de kleinere solo's gerekruteerd. Daarnaast zijn professionals aangetrokken, twee solisten en zeven instrumentalisten. De locaties van de concerten zijn historische monumenten met een zeer geschikte akoestiek en atmosfeer. De concerten vonden plaats op 19 (Oudkatholieke Kerk, Den Haag), 20 (Engelse Kerk, Amsterdam) en 21 maart 2010 (Pieterskerk, Utrecht), net op tijd om niet kopje-onder te gaan in de J.S. Bach passie-tsunami die zoals bekend ieder jaar in de laatste twee weken voor Pasen het land overspoelt.

Medewerkers

Dirigent Dirkjan Horringa heeft jarenlange ervaring met het 'opgraven'  en weer beschikbaar maken van niet meer courante muziek. Zijn specialisme is de Duitse en Boheemse muziek van de 17e en 18e eeuw. Jos van der Velde (tenor) en Mitchell Sandler (bas), beiden erkende en gevierde specialisten, hebben de belangrijkste mannenrollen vertolkt.

Impressie van de passie van Theile


Lijdenstijd 2006: Bachs Johannespassion met lichtkunst

Palmzondag 2006 werd in de Utrechtse Augustinuskerk Bachs Johannes-Passion uitgevoerd. De belichting van de kerk werd verzorgd door lichtkunstenaar Olaf Donk.

Lijdenstijd 2005: Bachs Matthaeus Passion in een poptempel

In 2005 konden bezoekers van Tivoli genieten van Bachs Matthaeus Passion, met videobeelden en boventiteling. Een registratie van dat concert kunt u hier bekijken.

Terug